الزُّمَرِ

Soera Az-Zumar, vers 49

De Groepen · Mekkaans · 75 verzen

39:49

فَاِذَا مَسَّ الْاِنْسَانَ ضُرٌّ دَعَانَاؗ ثُمَّ اِذَا خَوَّلْنَاهُ نِعْمَةً مِنَّاۙ قَالَ اِنَّمَٓا اُو𐻿تٖیتُهُ عَلٰى عِلْمٍؕ بَلْ هِیَ فِتْنَةٌ وَلٰكِنَّ اَكْثَرَهُمْ لَا یَعْلَمُونَ

Faitha massa alinsana durrun daAAana thumma itha khawwalnahu niAAmatan minna qala innama ooteetuhu AAala AAilmin bal hiya fitnatun walakinna aktharahum la yaAAlamoona

Vertalingen

En wanneer tegenspoed de mens treft, dan roept hij Ons aan; maar wanneer Wij hem een genieting van Ons schenken, dan zegt hij: "Dat is mij slechts wegens mijn kennis gegeven." Het is zelfs een beproeving, maar de meesten van hen weten het niet

Sofian S. Siregar

En wanneer de mens tegenspoed treft dan roept hij Ons aan, maar wanneer Wij hem met genade van Onze kant omgeven hebben zegt hij: "Het is mij gegeven op grond van kennis die ik heb." Welnee, het is een verzoeking. Maar de meesten van hen weten het niet

Fred Leemhuis