النِّسَاءِ

Soera An-Nisa, vers 124

De Vrouwen · Medinaans · 176 verzen

4:124

وَمَنْ یَعْمَلْ مِنَ الصَّالِحَاتِ مِنْ ذَكَرٍ اَوْ اُنْثٰى وَهُوَ مُؤْمِنٌ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ یَدْخُلُونَ الْجَنَّةَ وَلَا یُظْلَمُونَ نَقٖیرًا

Waman yaAAmal mina alssalihati min thakarin aw ontha wahuwa muminun faolaika yadkhuloona aljannata wala yuthlamoona naqeeran

Vertalingen

En wie goed deel, man of vrouw en hij (zij) is gelovig: zij zijn degenen die het Paradijs binnengaan en zij zullen in het geheel niet onrechtvaardig behandeld worden

Sofian S. Siregar

Maar wie -- hetzij man of vrouw -- deugdelijke daden doet als gelovige, zij zullen de tuin binnengaan en jullie wordt nog niet zoveel als de holte in een dadelpit onrecht aangedaan

Fred Leemhuis