الشُّورٰى

Soera Ash-Shuraa, vers 46

Het Overleg · Mekkaans · 53 verzen

42:46

وَمَا كَانَ لَهُمْ مِنْ اَوْلِیَٓاءَ یَنْصُرُونَهُمْ مِنْ دُونِ اللّٰهِؕ وَمَنْ یُضْلِلِ اللّٰهُ فَمَا لَهُ مِنْ سَبٖیلٍؕ

Wama kana lahum min awliyaa yansuroonahum min dooni Allahi waman yudlili Allahu fama lahu min sabeelin

Vertalingen

En er is voor hen naast Allah geen beschermer die hen kan helpen. En wie door Allah tot dwaling gebracht wordt, voor hem is er geen weg (om nog Leiding te vinden)

Sofian S. Siregar

Zij hebben geen beschermers die hen in plaats van God kunnen helpen. Wie door God tot dwaling wordt gebracht, voor hem is er geen weg

Fred Leemhuis