46:14
اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ الْجَنَّةِ خَالِدٖینَ فٖیهَاۚ جَزَٓاءً بِمَا كَانُوا یَعْمَلُونَ
Olaika ashabu aljannati khalideena feeha jazaan bima kanoo yaAAmaloona
Vertalingen
Zij zijn de bewoners van het Paradijs, daarin zijn zij eeuwig levenden, als een beloning voor wat zij plachten te doen
Sofian S. Siregar
Zij zijn het die in de tuin thuishoren, waarin zij altijd zullen blijven, als een beloning voor wat zij hebben gedaan
Fred Leemhuis