46:32
وَمَنْ لَا یُجِبْ دَاعِیَ اللّٰهِ فَلَیْسَ بِمُعْجِزٍ فِی الْاَرْضِ وَلَیْسَ لَهُ مِنْ دُونِهٖٓ اَوْلِیَٓاءُؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ فٖی ضَلَالٍ مُبٖینٍ
Waman la yujib daAAiya Allahi falaysa bimuAAjizin fee alardi walaysa lahu min doonihi awliyaa olaika fee dalalin mubeenin
Vertalingen
En wie geen gehoor geeft aan de oproeper van Allah, die zal niet kunnen ontvluchten op de aarde en voor hem is er naast Hem geen beschermer. Zij zijn degenen die in duidelijke dwaling verkeren
Sofian S. Siregar
En als iemand geen gehoor geeft aan hem die tot God oproept, dan kan hij er op de aarde toch niets tegen doen en buiten God heeft hij geen beschermers. Zij zijn het die in duidelijke dwaling verkeren
Fred Leemhuis