الْمَائِدَةِ

Soera Al-Ma'idah, vers 117

De Gedekte Tafel · Medinaans · 120 verzen

5:117

مَا قُلْتُ لَهُمْ اِلَّا مَٓا اَمَرْتَنٖی بِهٖٓ اَنِ اعْبُدُوا اللّٰهَ رَبّٖی وَرَبَّكُمْۚ وَكُنْتُ عَلَیْهِمْ شَهٖیدًا مَا دُمْتُ فٖیهِمْۚ فَلَمَّا تَوَفَّیْتَنٖی كُنْتَ اَنْتَ الرَّقٖیبَ عَلَیْهِمْؕ وَاَنْتَ عَلٰى كُلِّ شَیْءٍ شَهٖیدٌ

Ma qultu lahum illa ma amartanee bihi ani oAAbudoo Allaha rabbee warabbakum wakuntu AAalayhim shaheedan ma dumtu feehim falamma tawaffaytanee kunta anta alrraqeeba AAalayhim waanta AAala kulli shayin shaheedun

Vertalingen

Ik heb hen niet anders gezegd dan U mij heeft geboden te zeggen: 'Dient Allah, mijn Heer en jullie Heer.' En ik was getuige van hen zolang ik onder hen was, on toen u mij tot U opnam was U de Waker over hen en U bent Getuige van alle zaken

Sofian S. Siregar

Ik heb tot hen alleen maar gezegd wat U mij bevolen hebt: 'Dient God, mijn Heer en jullie Heer? en ik was getuige van hen zolang ik bij hen was. En toen U mij weggenomen had was U de opziener over hen; U bent van alles getuige

Fred Leemhuis