وَمِنَ الَّذٖینَ قَالُٓوا اِنَّا نَصَارٰٓى اَخَذْنَا مٖیثَاقَهُمْ فَنَسُوا حَظًّا مِمَّا ذُكِّرُوا بِهٖࣕ فَاَغْرَیْنَا بَیْنَهُمُ الْعَدَاوَةَ وَالْبَغْضَٓاءَ اِلٰى یَوْمِ الْقِیٰمَةِؕ وَسَوْفَ یُنَبِّئُهُمُ اللّٰهُ بِمَا كَانُوا یَصْنَعُونَ
Wamina allatheena qaloo inna nasara akhathna meethaqahum fanasoo haththan mimma thukkiroo bihi faaghrayna baynahumu alAAadawata waalbaghdaa ila yawmi alqiyamati wasawfa yunabbiohumu Allahu bima kanoo yasnaAAoona
Vertalingen
En van degenen die zeggen: "Voorwaar, wij zijn Christenen," (zeggen Wij:) Wij sloten een verbond met hen. Zij vergaten een gedeelte van hetgeen waar zij mee vermaand waren. Wij hebben daarop vijandschap en haat tussen hen doen ontstaan tot op de Dag der Opstanding. En Allah zal hun duidelijk maken wat zij plachten te doen
Sofian S. Siregar
En met hen die zeggen: "Wij zijn christenen" zijn Wij een verdrag aangegaan. Maar zij zijn een deel vergeten van dat waartoe zij aangemaand waren. Dus hebben Wij tussen hen vijandschap en haat tot aan de opstandingsdag laten ontstaan. God zal hun meedelen wat zij aan het doen waren
Fred Leemhuis