الْمَائِدَةِ

Soera Al-Ma'idah, vers 52

De Gedekte Tafel · Medinaans · 120 verzen

5:52

فَتَرَى الَّذٖینَ فٖی قُلُوبِهِمْ مَرَضٌ یُسَارِعُونَ فٖیهِمْ یَقُولُونَ نَخْشٰٓى اَنْ تُصٖیبَنَا دَٓائِرَةٌؕ فَعَسَى اللّٰهُ اَنْ یَاْتِیَ بِالْفَتْحِ اَوْ اَمْرٍ مِنْ عِنْدِهٖ فَیُصْبِحُوا عَلٰى مَٓا اَسَرُّوا فٖٓی اَنْفُسِهِمْ نَادِمٖینَؕ

Fatara allatheena fee quloobihim maradun yusariAAoona feehim yaqooloona nakhsha an tuseebana dairatun faAAasa Allahu an yatiya bialfathi aw amrin min AAindihi fayusbihoo AAala ma asarroo fee anfusihim nadimeena

Vertalingen

En jij ziet toch dat zij in hun harten een ziekte hebben en zich naar hen (de vijanden van de moslims) toe haasten. Zij zeggen: "Wij vrezen dat een verandering (van het lot) ons zal treffen." Misschien dat Allah (jou) de overwinning zal geven, of een beschikking van Hem (in hun nadeel zal geven), dan zullen zij spijt hebben van wat zij in zichzelf geheim hielden

Sofian S. Siregar

Jij ziet toch dat zij die in hun harten een ziekte hebben zich naar hen toe haasten; zij zeggen: "Wij vrezen dat een wending [van het lot] ons zal treffen." Misschien dat God succes brengt of een beschikking van Zijn kant. Dan zullen zij wroeging krijgen over wat zij in zichzelf geheim houden

Fred Leemhuis