5:78
لُعِنَ الَّذٖینَ كَفَرُوا مِنْ بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ عَلٰى لِسَانِ دَاوُ𐻿دَ وَعٖیسَى ابْنِ مَرْیَمَؕ ذٰلِكَ بِمَا عَصَوْا وَكَانُوا یَعْتَدُونَ
LuAAina allatheena kafaroo min banee israeela AAala lisani dawooda waAAeesa ibni maryama thalika bima AAasaw wakanoo yaAAtadoona
Vertalingen
Vervloekt waren degenen die ongelovig waren van de Kinderen van Israel, door de tong(en) van Dâwôed en 'Îsa, de zoon van Maryam. Dit was omdat zij ongehoorzaam waren en (de wet) plachten te overtreden
Sofian S. Siregar
Die Israëlieten die ongelovig waren zijn vervloekt bij monde van Dawoed en 'Isa, de zoon van Marjam. Dat was omdat zij opstandig en vijandig waren
Fred Leemhuis