الذَّارِيَاتِ

Soera Adh-Dhariyat, vers 59

De Winden die doen opwaaien · Mekkaans · 60 verzen

51:59

فَاِنَّ لِلَّذٖینَ ظَلَمُوا ذَنُوبًا مِثْلَ ذَنُوبِ اَصْحَابِهِمْ فَلَا یَسْتَعْجِلُونِ

Fainna lillatheena thalamoo thanooban mithla thanoobi ashabihim fala yastaAAjiloona

Vertalingen

Voorwaar, de zonden van degenen die onrecht plegen zijn gelijk aan de zonden van hun soortgenoten (in vroegere generaties). Laten zij daarom Mij niet vragen (de bestraffing) te bespoedigen

Sofian S. Siregar

Maar voor hen die onrecht plegen is er een portie die even groot is als de portie van hun metgezellen. Zij moeten Mij dan maar niet vragen het te verhaasten

Fred Leemhuis