58. Al-Mujadila

الْمُجَادَلَةِ

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُٓوا اِذَا نَاجَیْتُمُ الرَّسُولَ فَقَدِّمُوا بَیْنَ یَدَیْ نَجْوٰیكُمْ صَدَقَةًؕ ذٰلِكَ خَیْرٌ لَكُمْ وَاَطْهَرُؕ فَاِنْ لَمْ تَجِدُوا فَاِنَّ اللّٰهَ غَفُورٌ رَحٖیمٌ

O jullie die geloven, wanneer jullie een persoonlijk gesprek met de Boodschapper willen voeren, geeft dan vóór jullie gesprek iets uit aan liefdadigheid. Dat is beter voor jullie, en reiner. Maar als jullie niets kunnen vinden: voorwaar, Allah is dan Vergevensgezind, Meest Barmhartig

Siregar

ءَاَشْفَقْتُمْ اَنْ تُقَدِّمُوا بَیْنَ یَدَیْ نَجْوٰیكُمْ صَدَقَاتٍؕ فَاِذْ لَمْ تَفْعَلُوا وَتَابَ اللّٰهُ عَلَیْكُمْ فَاَقٖیمُوا الصَّلٰوةَ وَاٰتُوا الزَّكٰوةَ وَاَطٖیعُوا اللّٰهَ وَرَسُولَهُؕ وَاللّٰهُ خَبٖیرٌ بِمَا تَعْمَلُونَࣖ

Zijn jullie bevreesd voor (armoede) door iets uit te geven aan liefdadigheid, vóór jullie gesprek? Als jullie dat dan niet doen, dan vergeeft Allah jullie. Verricht dan de shalât en geeft de zakât en gehoorzaamt Allah en Zijn Boodschapper. En Allah is Alwetend over wat jullie doen

Siregar

اَلَمْ تَرَ اِلَى الَّذٖینَ تَوَلَّوْا قَوْمًا غَضِبَ اللّٰهُ عَلَیْهِمْؕ مَا هُمْ مِنْكُمْ وَلَا مِنْهُمْۙ وَیَحْلِفُونَ عَلَى الْكَذِبِ وَهُمْ یَعْلَمُونَ

Zie jij degenen die zich (in vriendschap) wendden tot een volk waarop Allah vertoornd is? Zij behoren niet tot jullie en zij behoren niet tot hen en zij zweren bij een leugen terwijl zij het weten

Siregar

اَعَدَّ اللّٰهُ لَهُمْ عَذَابًا شَدٖیدًاؕ اِنَّهُمْ سَٓاءَ مَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

Allah heeft voor hen een harde bestraffing bereid. Voorwaar, slecht was het wat zij plachten te doen

Siregar

اِتَّخَذُٓوا اَیْمَانَهُمْ جُنَّةً فَصَدُّوا عَنْ سَبٖیلِ اللّٰهِ فَلَهُمْ عَذَابٌ مُهٖینٌ

Zij maakten hun eden tot een hindernis (zodat zij zich beschermden) en zij hielden toen af van de Weg van Allah. Voor hen is er daarom een vernederende bestraffing

Siregar

لَنْ تُغْنِیَ عَنْهُمْ اَمْوَالُهُمْ وَلَٓا اَوْلَادُهُمْ مِنَ اللّٰهِ شَیْـًٔاؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ النَّارِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ

Hun bezittingen en hun kinderen zullen hen niets baten tegen Allah. Zij zijn degenen die de bewoners van de Hel zijn. Zij zijn daarin eeuwig levenden

Siregar

یَوْمَ یَبْعَثُهُمُ اللّٰهُ جَمٖیعًا فَیَحْلِفُونَ لَهُ كَمَا یَحْلِفُونَ لَكُمْ وَیَحْسَبُونَ اَنَّهُمْ عَلٰى شَیْءٍؕ اَلَٓا اِنَّهُمْ هُمُ الْكَاذِبُونَ

Op de Dag waarop Allah hen allen zal doen opstaan, zullen zij voor Hem zweren zoals zij voor jullie zweren en zij denken dat zij iets hebben (dat hen baat). Weet: voorwaar, zij zijn leugenaars

Siregar

اِسْتَحْوَذَ عَلَیْهِمُ الشَّیْطَانُ فَاَنْسٰیهُمْ ذِكْرَ اللّٰهِؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ حِزْبُ الشَّیْطَانِؕ اَلَٓا اِنَّ حِزْبَ الشَّیْطَانِ هُمُ الْخَاسِرُونَ

De Satan heeft hen overmeesterd, waarna hij hen de gedachtenis van Allah deed vergeten. Zij zijn degenen van de groep (volgelingen) van de Satan. Weet: voorwaar, de volgelingen van de Satan zijn de verliezers

Siregar

اِنَّ الَّذٖینَ یُحَٓادُّونَ اللّٰهَ وَرَسُولَهُٓ اُو𐻾لٰٓئِكَ فِی الْاَذَلّٖینَ

Voorwaar, degenen die Allah en Zijn Boodschapper tegenstreven: zij zijn degenen die tot de vernederden behoren

Siregar

كَتَبَ اللّٰهُ لَاَغْلِبَنَّ اَنَا𐻾 وَرُسُلٖیؕ اِنَّ اللّٰهَ قَوِیٌّ عَزٖیزٌ

Allah heeft bepaald: "Ik en Mijn Boodschapper zullen zeker overwinnen." Voorwaar, Allah is Sterk, Almachtig

Siregar

0:00
0:00