الْحَشْرِ

Soera Al-Hashr, vers 10

De Verzameling · Medinaans · 24 verzen

59:10

وَالَّذٖینَ جَٓاؤُ𐻿 مِنْ بَعْدِهِمْ یَقُولُونَ رَبَّنَا اغْفِرْ لَنَا وَلِاِخْوَانِنَا الَّذٖینَ سَبَقُونَا بِالْاٖیمَانِ وَلَا تَجْعَلْ فٖی قُلُوبِنَا غِلًّا لِلَّذٖینَ اٰمَنُوا رَبَّنَٓا اِنَّكَ رَؤُ𐻿فٌ رَحٖیمٌࣖ

Waallatheena jaoo min baAAdihim yaqooloona rabbana ighfir lana waliikhwanina allatheena sabaqoona bialeemani wala tajAAal fee quloobina ghillan lillatheena amanoo rabbana innaka raoofun raheemun

Vertalingen

En degenen die na hen kwamen, zeiden: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons zijn voorafgegaan in het geloof en maak in onze harten geen wrok jegens degenen die geloven. Onze Heer, voorwaar, U bent Zachtmoedig, Meest Barmhartige

Sofian S. Siregar

En zij die na hen gekomen zijn zeggen: "Onze Heer, vergeef ons en onze broeders die ons in het geloof zijn voorgegaan en laat geen wrok in onze harten komen jegens hen die geloven. Onze Heer, U bent vol mededogen en barmhartig

Fred Leemhuis