Mushafim

5. Al-Ma'idah

الْمَائِدَةِ

وَقَالَتِ الْیَهُودُ وَالنَّصَارٰى نَحْنُ اَبْنَٓاءُ اللّٰهِ وَاَحِبَّٓاؤُ𐻾هُؕ قُلْ فَلِمَ یُعَذِّبُكُمْ بِذُنُوبِكُمْؕ بَلْ اَنْتُمْ بَشَرٌ مِمَّنْ خَلَقَؕ یَغْفِرُ لِمَنْ یَشَٓاءُ وَیُعَذِّبُ مَنْ یَشَٓاءُؕ وَلِلّٰهِ مُلْكُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَاؗ وَاِلَیْهِ الْمَصٖیرُ

En de Joden en de Christenen zeiden: "Wij zijn zonen van Allah en Zijn geliefden." Zeg (O Moehammed): "Waarom straft Hij jullie dan voor jullie zonden? Maar nee, jullie zijn (gewone) mensen, die Hij schiep, Hij vergeeft wie Hij wil en Hij straft wie Hij wil." En an Allah behoort het Koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat er tussen hen is. En tot Hem is de terugkeer

Siregar

یَٓا اَهْلَ الْكِتَابِ قَدْ جَٓاءَكُمْ رَسُولُنَا یُبَیِّنُ لَكُمْ عَلٰى فَتْرَةٍ مِنَ الرُّسُلِ اَنْ تَقُولُوا مَا جَٓاءَنَا مِنْ بَشٖیرٍ وَلَا نَذٖیرٍؗ فَقَدْ جَٓاءَكُمْ بَشٖیرٌ وَنَذٖیرٌؕ وَاللّٰهُ عَلٰى كُلِّ شَیْءٍ قَدٖیرٌࣖ

O Lieden van de Schrift! Waarlijk, Onze Boodschapper is tot jullie gekomen, en hij heeft jullie na een onderbreking in (de rocks van) Boodschappers duidelijkheid gegeven, opdat jullie niet zouden zeggen: "Er is tot ons geen verkondiger van verheugende tijdingen en een waarschuwer gekomen." Waarlijk, er komt een verkondiger van verheugende tijdingen en een waarschuwer tot jullie. En Allah is Almachtig over alle zaken

Siregar

وَاِذْ قَالَ مُوسٰى لِقَوْمِهٖ یَا قَوْمِ اذْكُرُوا نِعْمَةَ اللّٰهِ عَلَیْكُمْ اِذْ جَعَلَ فٖیكُمْ اَنْبِیَٓاءَ وَجَعَلَكُمْ مُلُوكًاࣗ وَاٰتٰیكُمْ مَا لَمْ یُؤْتِ اَحَدًا مِنَ الْعَالَمٖینَ

En (gedenkt) toen Môesa tot zijn volk zei: "O mijn volk, gedenkt de genieting van Allah voorjullie, toen Hij Profeten uit jullie midden voortbracht en jullie koninkrijken gaf en aan jullie gaf wat aan niet één (volk) in de werelden gegeven was

Siregar

یَا قَوْمِ ادْخُلُوا الْاَرْضَ الْمُقَدَّسَةَ الَّتٖی كَتَبَ اللّٰهُ لَكُمْ وَلَا تَرْتَدُّوا عَلٰٓى اَدْبَارِكُمْ فَتَنْقَلِبُوا خَاسِرٖینَ

O mijn volk, treedt het Heilige Land binnen dat Allah jullie toegewezen heeft en keert het niet jullie ruggen toe, want anders zullen jullie als verliezers terugkeren

Siregar

قَالُوا یَا مُوسٰٓى اِنَّ فٖیهَا قَوْمًا جَبَّارٖینَࣗ وَاِنَّا لَنْ نَدْخُلَهَا حَتّٰى یَخْرُجُوا مِنْهَاۚ فَاِنْ یَخْرُجُوا مِنْهَا فَاِنَّا دَاخِلُونَ

Zij zeiden: "O Môesa, daarin is een heel sterk volk en wij zullen daarin nooit binnentreden totdat zu van daar vertrekken, en indien zij het verlaten, dan zullen wij (daar) binnentreden

Siregar

قَالَ رَجُلَانِ مِنَ الَّذٖینَ یَخَافُونَ اَنْعَمَ اللّٰهُ عَلَیْهِمَا ادْخُلُوا عَلَیْهِمُ الْبَابَۚ فَاِذَا دَخَلْتُمُوهُ فَاِنَّكُمْ غَالِبُونَ وَعَلَى اللّٰهِ فَتَوَكَّلُٓوا اِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنٖینَ

Twee mannen van degenen die (Allah) vreesden en aan wie Allah van Zijn gunsten gegeven had, zeiden. "Val hen aan via de poort on waneer jullie dan binnengetreden zijn, dan zullen jullie waarlijk winnaars zijn. En stelt jullie vertrouwen op Allah, indien jullie gelovigen zijn

Siregar

0:00
0:00