الْاَنْعَامِ

Soera Al-An'am, vers 154

Het Vee · Mekkaans · 165 verzen

6:154

ثُمَّ اٰتَیْنَا مُوسَى الْكِتَابَ تَمَامًا عَلَى الَّذٖٓی اَحْسَنَ وَتَفْصٖیلًا لِكُلِّ شَیْءٍ وَهُدًى وَرَحْمَةً لَعَلَّهُمْ بِلِقَٓاءِ رَبِّهِمْ یُؤْمِنُونَࣖ

Thumma atayna moosa alkitaba tamaman AAala allathee ahsana watafseelan likulli shayin wahudan warahmatan laAAallahum biliqai rabbihim yuminoona

Vertalingen

Toen pven wij Môesa de Schrift (de Taurât), ter vervolmaking (van de gunst) voor degene die het goede verrichtte en als een uiteenzetting voor alle dingen en leiding en Barmhartigheid. Hopelijk zullen zij in de ontmoeting met hun Heer geloven

Sofian S. Siregar

Toen gaven Wij aan Moesa het boek om [Onze genade] aan hem die goed gedaan heeft volledig te maken en om alles uiteen te zetten en als leidraad en barmhartigheid; misschien zullen zij in de ontmoeting met hun Heer geloven

Fred Leemhuis