60. Al-Mumtahanah

الْمُمْتَحِنَةِ

یَٓا اَیُّهَا النَّبِیُّ اِذَا جَٓاءَكَ الْمُؤْمِنَاتُ یُبَایِعْنَكَ عَلٰٓى اَنْ لَا یُشْرِكْنَ بِاللّٰهِ شَیْـًٔا وَلَا یَسْرِقْنَ وَلَا یَزْنٖینَ وَلَا یَقْتُلْنَ اَوْلَادَهُنَّ وَلَا یَاْتٖینَ بِبُهْتَانٍ یَفْتَرٖینَهُ بَیْنَ اَیْدٖیهِنَّ وَاَرْجُلِهِنَّ وَلَا یَعْصٖینَكَ فٖی مَعْرُوفٍ فَبَایِعْهُنَّ وَاسْتَغْفِرْ لَهُنَّ اللّٰهَؕ اِنَّ اللّٰهَ غَفُورٌ رَحٖیمٌ

O Boodschapper, als de gelovige vrouwen tot jou gekomen zijn om trouw aan jou te zweren, (zwerend) dat zij geen deelgenoot aan Allah toekennen, en niet stelen en geen ontucht plegen en hun kinderen niet vermoorden, en geen leugen verzinnen over wat tussen hun handen en hun voeten is, en dat zij jou niet in het goede ongehoorzaam zijn: aanvaard dan hun trouw en vraag voor hen vergeving aan Allah. Voorwaar, Allah is Vergevensgezind, Meest Barmhartig

Siregar

یَٓا اَیُّهَا الَّذٖینَ اٰمَنُوا لَا تَتَوَلَّوْا قَوْمًا غَضِبَ اللّٰهُ عَلَیْهِمْ قَدْ یَئِسُوا مِنَ الْاٰخِرَةِ كَمَا یَئِسَ الْكُفَّارُ مِنْ اَصْحَابِ الْقُبُورِ

O jullie die geloven, neemt geen volk waarop Allah vertoornd is tot vrienden. Waarlijk, zij wanhopen aan het Hiernamaals, zoals de ongelovigen wanhopen aan (de opwekking van) de bewoners van de graven

Siregar

0:00
0:00