التَّحْر۪يمِ

Soera At-Tahrim, vers 4

Het Verbod · Medinaans · 12 verzen

66:4

اِنْ تَتُوبَٓا اِلَى اللّٰهِ فَقَدْ صَغَتْ قُلُوبُكُمَاۚ وَاِنْ تَظَاهَرَا عَلَیْهِ فَاِنَّ اللّٰهَ هُوَ مَوْلٰیهُ وَجِبْرٖیلُ وَصَالِحُ الْمُؤْمِنٖینَۚ وَالْمَلٰٓئِكَةُ بَعْدَ ذٰلِكَ ظَهٖیرٌ

In tatooba ila Allahi faqad saghat quloobukuma wain tathahara AAalayhi fainna Allaha huwa mawlahu wajibreelu wasalihu almumineena waalmalaikatu baAAda thalika thaheerun

Vertalingen

Als jullie beiden (Hafsah en Â'isjah) Allah berouw tonen (is dat beter voor jullie), dan neigen jullie harten waarlijk (naar het goede). Maar als jullie elkaar bijstaan tegen hem (de Boodschapper), dan is Allah waarlijk jouw Helper, en Djibrîl en de rechtschapen gelovigen en daarnaast de Engelen zullen helpers zijn

Sofian S. Siregar

Als jullie je beiden berouwvol tot God wenden, dan waren jullie harten afgedwaald. Maar als jullie beiden elkaar bijstaan tegen hem, dan is God zijn beschermheer en Djibriel, en verder zullen de rechtschapen gelovigen en de engelen ook bijstand verlenen

Fred Leemhuis