وَسْـَٔلْهُمْ عَنِ الْقَرْیَةِ الَّتٖی كَانَتْ حَاضِرَةَ الْبَحْرِۘ اِذْ یَعْدُونَ فِی السَّبْتِ اِذْ تَاْتٖیهِمْ حٖیتَانُهُمْ یَوْمَ سَبْتِهِمْ شُرَّعًا وَیَوْمَ لَا یَسْبِتُونَۙ لَا تَاْتٖیهِمْۚ كَذٰلِكَ نَبْلُوهُمْ بِمَا كَانُوا یَفْسُقُونَ
Waisalhum AAani alqaryati allatee kanat hadirata albahri ith yaAAdoona fee alssabti ith tateehim heetanuhum yawma sabtihim shurraAAan wayawma la yasbitoona la tateehim kathalika nabloohum bima kanoo yafsuqoona
Vertalingen
En vraag hen over de stad die dicht bij de zee lag, toen zij de Sabbat overtraden, toen hun vissen voor hen boven water verschenen op hun Sabbat, terwijl zij op (andere) dagen dan de Sabbat niet verschenen. Zo beprcoefden Wij hen wegens de zwam zonden die zij plachten te begaan
Sofian S. Siregar
En vraag hun naar de stad die bij de zee lag; toen zij op de sabbat in overtreding waren, hoe hun vissen op hun sabbatdag tot hen kwamen terwijl ze vanzelf omhooggezwommen waren, maar op de dag dat zij de sabbat niet hielden kwamen ze niet. Zo stelden Wij hen op de proef voor het schandelijke dat zij deden
Fred Leemhuis