وَلَقَدْ ذَرَاْنَا لِجَهَنَّمَ كَثٖیرًا مِنَ الْجِنِّ وَالْاِنْسِؗ لَهُمْ قُلُوبٌ لَا یَفْقَهُونَ بِهَاؗ وَلَهُمْ اَعْیُنٌ لَا یُبْصِرُونَ بِهَاؗ وَلَهُمْ اٰذَانٌ لَا یَسْمَعُونَ بِهَاؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ كَالْاَنْعَامِ بَلْ هُمْ اَضَلُّؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ هُمُ الْغَافِلُونَ
Walaqad tharana lijahannama katheeran mina aljinni waalinsi lahum quloobun la yafqahoona biha walahum aAAyunun la yubsiroona biha walahum athanun la yasmaAAoona biha olaika kaalanAAami bal hum adallu olaika humu alghafiloona
Vertalingen
En voorzeker, Wij hebben velen van de Djinn's en de mensen voor de Hel geschapen. Zij bezitten harten waarmee zij niet begrijpen en zij bezitten ogen waarmee zij niet zien en zij bezitten oren waarmee zij niet horen, zij zijn degenen die als het vee zijn. Zij dwalen zelfs nog erger. Zij zijn degenen die de achtelozen zijn
Sofian S. Siregar
Wij hebben veel djinn en mensen voor de hel geschapen. Zij hebben harten waarmee zij niet begrijpen, zij hebben ogen waarmee zij niet zien en zij hebben oren waarmee zij niet horen. Zij zijn als het vee, nee zij dwalen nog erger. Zij zijn het die onoplettend zijn
Fred Leemhuis