الْاَعْرَافِ

Soera Al-A'raf, vers 28

De Verheven Plaatsen · Mekkaans · 206 verzen

7:28

وَاِذَا فَعَلُوا فَاحِشَةً قَالُوا وَجَدْنَا عَلَیْهَٓا اٰبَٓاءَنَا وَاللّٰهُ اَمَرَنَا بِهَاؕ قُلْ اِنَّ اللّٰهَ لَا یَاْمُرُ بِالْفَحْشَٓاءِؕ اَتَقُولُونَ عَلَى اللّٰهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ

Waitha faAAaloo fahishatan qaloo wajadna AAalayha abaana waAllahu amarana biha qul inna Allaha la yamuru bialfahshai ataqooloona AAala Allahi ma la taAAlamoona

Vertalingen

En wanneer zij een gruweldaad bedrijven, dan zeggen zij: "Wij troffen dit bij onze vaderen aan en Allah heeft ons dit bevolen." Zeg (O Moehammad): "Voorwaar, Allah beveelt geen gruweldaden, zeggen jullie dat over Allah wat jullie niet weten

Sofian S. Siregar

En wanneer zij iets gruwelijks doen zeggen zij: "Wij hebben bevonden dat onze vaderen er zich aan hielden en God heeft het ons bevolen." Zeg: "God beveelt geen gruwelijkheid. Zeggen jullie over God soms iets wat jullie niet weten

Fred Leemhuis