قُلْ مَنْ حَرَّمَ زٖینَةَ اللّٰهِ الَّتٖٓی اَخْرَجَ لِعِبَادِهٖ وَالطَّیِّبَاتِ مِنَ الرِّزْقِؕ قُلْ هِیَ لِلَّذٖینَ اٰمَنُوا فِی الْحَیٰوةِ الدُّنْیَا خَالِصَةً یَوْمَ الْقِیٰمَةِؕ كَذٰلِكَ نُفَصِّلُ الْاٰیَاتِ لِقَوْمٍ یَعْلَمُونَ
Qul man harrama zeenata Allahi allatee akhraja liAAibadihi waalttayyibati mina alrrizqi qul hiya lillatheena amanoo fee alhayati alddunya khalisatan yawma alqiyamati kathalika nufassilu alayati liqawmin yaAAlamoona
Vertalingen
Zeg (O Moehammad): "Wie heeft de mooie kleding die Allah voor Zijn dienaren heeft gebracht on de goede dingen van de voorzieningen verboden verklaard?" Zeg: "Dit is op de Dag der Opstanding uitsluitend voor degenen die geloofden tijdens het wereldse leven." Zo zetten Wij de Verzen uiteen aan een volk dat weet
Sofian S. Siregar
Zeg: "Wie heeft de mooie [kleding] van God die Hij voor Zijn dienaren heeft voortgebracht en de goede dingen van de levensbehoeften verboden?" Zeg: "Zij zijn in het tegenwoordige leven bestemd voor hen die geloven en op de opstandingsdag hun voorbehouden." Zo zetten Wij de tekenen uiteen aan mensen die weten
Fred Leemhuis