الْمَعَارِجِ

Soera Al-Ma'arij, vers 38

De Opgaande Trappen · Mekkaans · 44 verzen

70:38

اَیَطْمَعُ كُلُّ امْرِئٍ مِنْهُمْ اَنْ یُدْخَلَ جَنَّةَ نَعٖیمٍۙ

AyatmaAAu kullu imriin minhum an yudkhala jannata naAAeemin

Vertalingen

Wenst een ieder van hen dat hij de Tuin der gelukzaligheid (het Paradijs) binnengevoerd wordt

Sofian S. Siregar

Begeert dan iedere man van hen een tuin van gelukzaligheid binnen te gaan

Fred Leemhuis