78. An-Naba

النَّبَأِ

اِنَّ لِلْمُتَّقٖینَ مَفَازًاۙ

Voorwaar, voor de Moettaqôen is er een overwinning

Siregar

حَدَٓائِقَ وَاَعْنَابًاۙ

Tuinen en druivenstruiken

Siregar

وَكَوَاعِبَ اَتْرَابًاۙ

En jeugdige gezellinnen, gelijk in leeftijd

Siregar

وَكَاْسًا دِهَاقًاؕ

En een gevulde beker

Siregar

لَا یَسْمَعُونَ فٖیهَا لَغْوًا وَلَا كِذَّابًاۚ

Zij horen daar geen onzin en geen leugens

Siregar

جَزَٓاءً مِنْ رَبِّكَ عَطَٓاءً حِسَابًاۙ

Als een beloning van jouw Heer, als afrekenende gift

Siregar

رَبِّ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَمَا بَیْنَهُمَاۙ الرَّحْمٰنِ لَا یَمْلِكُونَ مِنْهُ خِطَابًاۙ

De Heer der hemelen en der aarde en wat er tussen beide is, de Barmhartige. Zij zijn niet in staat Hem aan te spreken

Siregar

یَوْمَ یَقُومُ الرُّوحُ وَالْمَلٰٓئِكَةُ صَفًّاؕ لَا یَتَكَلَّمُونَ اِلَّا مَنْ اَذِنَ لَهُ الرَّحْمٰنُ وَقَالَ صَوَابًا

Op die Dag staan de Geest (Djibrîl) en de Engelen in rijen opgesteld. Zij spreken niet, behalve na wie de Barmhartige toestemming verleent en die zegt wat juist is

Siregar

ذٰلِكَ الْیَوْمُ الْحَقُّۚ فَمَنْ شَٓاءَ اتَّخَذَ اِلٰى رَبِّهٖ مَاٰبًا

Dat is de Dag van de Waarheid. Laat wie wil daarom een terugkeer naar zijn Heer afleggen

Siregar

اِنَّٓا اَنْذَرْنَا‌كُمْ عَذَابًا قَرٖیبًاۚ یَوْمَ یَنْظُرُ الْمَرْءُ مَا قَدَّمَتْ یَدَاهُ وَیَقُولُ الْكَافِرُ یَا لَیْتَنٖی كُنْتُ تُرَابًا

Voorwaar, Wij hebben jullie gewaarschuwd voor een nabije bestraffing op de Dag dat de mens zal kijken naar wat zijn handen vroeger bedreven, en waarop de ongelovige zal zeggen: "O wee, was ik maar aarde

Siregar

0:00
0:00