80. 'Abasa

عَبَسَ

یَوْمَ یَفِرُّ الْمَرْءُ مِنْ اَخٖیهِۙ

Op die Dag vlucht de mens van zijn broeder

Siregar

وَاُمِّهٖ وَاَبٖیهِۙ

En van zijn moeder en zijn vader

Siregar

وَصَاحِبَتِهٖ وَبَنٖیهِؕ

En van zijn vrouw en van zijn kinderen

Siregar

لِكُلِّ امْرِئٍ مِنْهُمْ یَوْمَئِذٍ شَاْنٌ یُغْنٖیهِؕ

Een ieder ven hen zal op die Dag een bezigheid hebben die hem genoeg is

Siregar

وُجُوهٌ یَوْمَئِذٍ مُسْفِرَةٌۙ

Gezichten (van de gelovigen) zullen op die Dag stralen

Siregar

ضَاحِكَةٌ مُسْتَبْشِرَةٌۚ

Lachend, verblijd

Siregar

وَوُجُوهٌ یَوْمَئِذٍ عَلَیْهَا غَبَرَةٌۙ

En gezichten (van de ongelovigen) zullen op die Dag met stof bedekt Zijn

Siregar

تَرْهَقُهَا قَتَرَةٌؕ

En een duisternis zal hen omhullen

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ هُمُ الْكَفَرَةُ الْفَجَرَةُ

Zij zijn degenen die de zondige ongelovigen zijn

Siregar

0:00
0:00