وَمِزَاجُهُ مِنْ تَسْنٖیمٍۙ
En zijn mengdrank is van (de bron) Tasmîm
Siregar
الْمُطَفِّف۪ينَ
وَمِزَاجُهُ مِنْ تَسْنٖیمٍۙ
En zijn mengdrank is van (de bron) Tasmîm
Siregar
عَیْنًا یَشْرَبُ بِهَا الْمُقَرَّبُونَؕ
Een bron waarvan de nabijgebrachten drinken
Siregar
اِنَّ الَّذٖینَ اَجْرَمُوا كَانُوا مِنَ الَّذٖینَ اٰمَنُوا یَضْحَكُونَؗ
Voorwaar, degenen die zondigden plachten over degenen die geloofden te lachen
Siregar
وَاِذَا مَرُّوا بِهِمْ یَتَغَامَزُونَؗ
En wanneer zij aan hen voorbijgingen, knipoogden zij naar elkaar
Siregar
وَاِذَا انْقَلَبُٓوا اِلٰٓى اَهْلِهِمُ انْقَلَبُوا فَكِهٖینَؗ
En wanneer zij terugkeerden naar hun volk, keerden zij verheugd terug
Siregar
وَاِذَا رَاَوْهُمْ قَالُٓوا اِنَّ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ لَضَٓالُّونَۙ
En wanneer zij hen zagen, zeiden zij: "Voorwaar, zij zijn zeker dwalend
Siregar
وَمَٓا اُرْسِلُوا عَلَیْهِمْ حَافِظٖینَؕ
En zij zijn niet als bewakers over hen gezonden
Siregar
فَالْیَوْمَ الَّذٖینَ اٰمَنُوا مِنَ الْكُفَّارِ یَضْحَكُونَۙ
Maar op deze Dag zullen degenen die geloven lachen over de ongelovigen
Siregar
عَلَى الْاَرَٓائِكِۙ یَنْظُرُونَؕ
Op rustbanken kijken zij toe
Siregar
هَلْ ثُوِّبَ الْكُفَّارُ مَا كَانُوا یَفْعَلُونَ
Worden de ongelovigen niet vergolden voor wat zij plachten te doen
Siregar