الْفَجْرِ

Soera Al-Fajr, vers 15

De Dageraad · Mekkaans · 30 verzen

89:15

فَاَمَّا الْاِنْسَانُ اِذَا مَا ابْتَلٰیهُ رَبُّهُ فَاَكْرَمَهُ وَنَعَّمَهُ فَیَقُولُ رَبّٖٓی اَكْرَمَنِؕ

Faamma alinsanu itha ma ibtalahu rabbuhu faakramahu wanaAAAAamahu fayaqoolu rabbee akramani

Vertalingen

Wat de mens betreft, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem aanzien geeft en hem genietingen schenkt, dan zegt hij: "Mijn Heer heeft mij geëerd

Sofian S. Siregar

Maar de mens zegt, wanneer zijn Heer hem op de proef stelt en hem dan mild behandelt en een aangenaam leven geeft: "Mijn Heer heeft mij mild behandeld

Fred Leemhuis