Mushafim

8. Al-Anfal

الْاَنْفَالِ

وَاَطٖیعُوا اللّٰهَ وَرَسُولَهُ وَلَا تَنَازَعُوا فَتَفْشَلُوا وَتَذْهَبَ رٖیحُكُمْ وَاصْبِرُواؕ اِنَّ اللّٰهَ مَعَ الصَّابِرٖینَۚ

En gehoorzaamt Allah en Zijn Boodschapper en twist niet onderling, waardoor jullie ontmoedigd raken en jullie kracht verdwijnt. En weest geduldig: voorwaar, Allah is met de geduldigen

Siregar

وَلَا تَكُونُوا كَالَّذٖینَ خَرَجُوا مِنْ دِیَارِهِمْ بَطَرًا وَرِئَٓاءَ النَّاسِ وَیَصُدُّونَ عَنْ سَبٖیلِ اللّٰهِؕ وَاللّٰهُ بِمَا یَعْمَلُونَ مُحٖیطٌ

En weest niet zoals degenen die hun huizen verlieten, trots en vol ijdel vertoon voor de mensen, en die van het Pad van Allah afflielden. En Allah omvat (met Zijn kennis) wat zij doen

Siregar

وَاِذْ زَیَّنَ لَهُمُ الشَّیْطَانُ اَعْمَالَهُمْ وَقَالَ لَا غَالِبَ لَكُمُ الْیَوْمَ مِنَ النَّاسِ وَاِنّٖی جَارٌ لَكُمْۚ فَلَمَّا تَرَٓاءَتِ الْفِئَتَانِ نَكَصَ عَلٰى عَقِبَیْهِ وَقَالَ اِنّٖی بَرٖٓیءٌ مِنْكُمْ اِنّٖٓی اَرٰى مَا لَا تَرَوْنَ اِنّٖٓی اَخَافُ اللّٰهَؕ وَاللّٰهُ شَدٖیدُ الْعِقَابِࣖ

En (gedenkt) toen de Satan hun daden voor hen schoonschijnend maakte, en zei: "Er is op deze dag geen mens die jullie kan verslaan: en voorwaar, Ik ben jullie naaste." Maar toen de twee legers elkaar zagen, draaide hij zich om op zijn hielen en zij: "Voorwaar, ik heb niets met jullie van doen. Voorwaar, ik zie wat jullie niet zien, voorwaar, ik vrees Allah." En Allah is hard in de bestraffing

Siregar

اِذْ یَقُولُ الْمُنَافِقُونَ وَالَّذٖینَ فٖی قُلُوبِهِمْ مَرَضٌ غَرَّ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِ دٖینُهُمْؕ وَمَنْ یَتَوَكَّلْ عَلَى اللّٰهِ فَاِنَّ اللّٰهَ عَزٖیزٌ حَكٖیمٌ

Toen de huichelaars en degenen in wiens harten een ziekte is, (tegen de gelovigen) zeiden: "Hun godsdienst heeft ben misleid." Maar (voor) wie Allah vertrouwt (is Allah hun Helper). Voorwaar, Allah is Almachtig, Aiwijs

Siregar

وَلَوْ تَرٰٓى اِذْ یَتَوَفَّى الَّذٖینَ كَفَرُواۙ الْمَلٰٓئِكَةُ یَضْرِبُونَ وُجُوهَهُمْ وَاَدْبَارَهُمْۚ وَذُوقُوا عَذَابَ الْحَرٖیقِ

En als jij (het) zou kunnen zien, wanneer de Engelen (de zielen van) degenen die ongelovig zijn wegnemen, (en hoe) zij hun gezichten en hun ruggen slaan (en zeggen:) "Proeft de bestraffing van het branden!" (Dan zie je zeker een geweldige zaak)

Siregar

ذٰلِكَ بِمَا قَدَّمَتْ اَیْدٖیكُمْ وَاَنَّ اللّٰهَ لَیْسَ بِظَلَّامٍ لِلْعَبٖیدِۙ

Dat is, vanwege wat hun handen hebben voortgebracht, en waarlijk, Allah is geen onrechtvaardige voor de dienaar

Siregar

كَدَاْبِ اٰلِ فِرْعَوْنَۙ وَالَّذٖینَ مِنْ قَبْلِهِمْؕ كَفَرُوا بِاٰیَاتِ اللّٰهِ فَاَخَذَهُمُ اللّٰهُ بِذُنُوبِهِمْؕ اِنَّ اللّٰهَ قَوِیٌّ شَدٖیدُ الْعِقَابِ

Zoals Fir'aun en zijn volgelingen cm degenen vóór hen gewoon waren: zij waren ongelovig aan de Tekenen van Allah, waarop Allah hen greep wegens hun zonden. Voorwaar, Allah is sterk, hard in de bestraffing

Siregar

0:00
0:00