اَلَمْ نَجْعَلْ لَهُ عَیْنَیْنِۙ
Hebben Wij niet voor hem een paar ogen gemaakt
Siregar
الْبَلَدِ
اَلَمْ نَجْعَلْ لَهُ عَیْنَیْنِۙ
Hebben Wij niet voor hem een paar ogen gemaakt
Siregar
وَلِسَانًا وَشَفَتَیْنِۙ
En een tong en een paar lippen
Siregar
وَهَدَیْنَاهُ النَّجْدَیْنِۚ
En hebben Wij hem niet de twee wegen (van Leiding en dwaling) gewezen
Siregar
فَلَا اقْتَحَمَ الْعَقَبَةَؗ
Was hij maar over de drempel gestapt
Siregar
وَمَٓا اَدْرٰیكَ مَا الْعَقَبَةُؕ
En wat doet jou weten wat de drempel is
Siregar
فَكُّ رَقَبَةٍۙ
Het vrijlaten van een slaaf
Siregar
اَوْ اِطْعَامٌ فٖی یَوْمٍ ذٖی مَسْغَبَةٍۙ
Of het geven van voedsel op een dag van hongersnood
Siregar
یَتٖیمًا ذَا مَقْرَبَةٍۙ
Aan een verwante wees
Siregar
اَوْ مِسْكٖینًا ذَا مَتْرَبَةٍؕ
Of aan een arme behoeftige
Siregar
ثُمَّ كَانَ مِنَ الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَتَوَاصَوْا بِالصَّبْرِ وَتَوَاصَوْا بِالْمَرْحَمَةِؕ
En dat hij behoort tot degenen die geloven en elkaar aansporen tot geduld en elkaar aansporen tot barmhartigheid
Siregar
اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ الْمَیْمَنَةِؕ
Zij zijn degenen die de mensen van de rechterzijde zijn (zij zijn de bewoners van het Paradijs)
Siregar
وَالَّذٖینَ كَفَرُوا بِاٰیَاتِنَا هُمْ اَصْحَابُ الْمَشْـَٔمَةِؕ
En degenen die niet in Onze verzen geloven; zij zijn degenen die de mensen van de linkerzijde zijn
Siregar
عَلَیْهِمْ نَارٌ مُؤْصَدَةٌ
Over hen is een omhullend vuur (de Hel)
Siregar