Mushafim

10. Yunus

يُونُسَ

لِلَّذٖینَ اَحْسَنُوا الْحُسْنٰى وَزِیَادَةٌؕ وَلَا یَرْهَقُ وُجُوهَهُمْ قَتَرٌ وَلَا ذِلَّةٌؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ الْجَنَّةِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ

Voor degenen die het goede verrichten is er het beste en meer. Grauwheid noch vernedering zal hun gezichten bedekken. Zij zijn degenen die de bewoners van het Paradijs zijn, zij zijn daarin eeuwig levenden

Siregar

وَالَّذٖینَ كَسَبُوا السَّیِّــَٔاتِ جَزَٓاءُ سَیِّئَةٍ بِمِثْلِهَاۙ وَتَرْهَقُهُمْ ذِلَّةٌؕ مَا لَهُمْ مِنَ اللّٰهِ مِنْ عَاصِمٍۚ كَاَنَّمَٓا اُغْشِیَتْ وُجُوهُهُمْ قِطَعًا مِنَ الَّیْلِ مُظْلِمًاؕ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ النَّارِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ

En degenen die slechte daden verrichten: de vergelding van de slechte daad is met het daaraan gelijke, en vernedering, bedekt hen. Er zal voor hen tegen Allah geen verdediger zijn. Het is alsof hun gezichten zijn bedekt inet stukken vaji de nacht, als een duisternis. Zij zijn de bewoners van de Hel, zij zijn daarin eeuwig levenden

Siregar

وَیَوْمَ نَحْشُرُهُمْ جَمٖیعًا ثُمَّ نَقُولُ لِلَّذٖینَ اَشْرَكُوا مَكَانَكُمْ اَنْتُمْ وَشُرَكَٓاؤُ𐻾كُمْۚ فَزَیَّلْنَا بَیْنَهُمْ وَقَالَ شُرَكَٓاؤُ𐻾هُمْ مَا كُنْتُمْ اِیَّانَا تَعْبُدُونَ

En op die Dag verzamelen Wij hen allen, vervolgerns zeggen Wij tot degenen die (aan Allah) deelgenoten toekenden: "Op jullie plaats, jullie en jullie afgoden!" Dan zullen Wij onderscheid tussen hen maken. En hun afgoden zullen zeggen: "Jullie hebben ons niet aanbeden

Siregar

فَكَفٰى بِاللّٰهِ شَهٖیدًا بَیْنَنَا وَبَیْنَكُمْ اِنْ كُنَّا عَنْ عِبَادَتِكُمْ لَغَافِلٖینَ

Allah is voldoende als getuige tussen ons en jullie. Voorwaar, Wij waren zeker onwetend omtrent jullie aanbidding

Siregar

هُنَالِكَ تَبْلُوا كُلُّ نَفْسٍ مَٓا اَسْلَفَتْ وَرُدُّٓوا اِلَى اللّٰهِ مَوْلٰیهُمُ الْحَقِّ وَضَلَّ عَنْهُمْ مَا كَانُوا یَفْتَرُونَࣖ

Op die Dag zal iedere ziel worden beproefd met wat zij voorheen heeft gedaan en zij zullen worden teruggevoerd tot Allah, hun ware Heer, en wat zij plachten te verzinnen, zal van hen weggaan

Siregar

قُلْ مَنْ یَرْزُقُكُمْ مِنَ السَّمَٓاءِ وَالْاَرْضِ اَمَّنْ یَمْلِكُ السَّمْعَ وَالْاَبْصَارَ وَمَنْ یُخْرِجُ الْحَیَّ مِنَ الْمَیِّتِ وَیُخْرِجُ الْمَیِّتَ مِنَ الْحَیِّ وَمَنْ یُدَبِّرُ الْاَمْرَؕ فَسَیَقُولُونَ اللّٰهُۚ فَقُلْ اَفَلَا تَتَّقُونَ

Zeg: "Wie schenkt jullie voorzieningen uit de hemel en de aarde," of: "Wie heeft macht over (het scheppen van) het horen en het zien en wie brengt het levende voort uit het dode en wie brengt het dode voort uit het levende, en wie verordent het bestuur?" Zij zullen zeggen: "Allah," Zeg dan: "Zullen jullie (Allah) dan niet vrezen

Siregar

فَذٰلِكُمُ اللّٰهُ رَبُّكُمُ الْحَقُّۚ فَمَاذَا بَعْدَ الْحَقِّ اِلَّا الضَّلَالُۚ فَاَنّٰى تُصْرَفُونَ

Dat is Allah, jullie ware Heer. En na de Waarheid, is er niets dan de dwaling. Hoe komt het dan dat jullie worden afgeleid

Siregar

كَذٰلِكَ حَقَّتْ كَلِمَتُ رَبِّكَ عَلَى الَّذٖینَ فَسَقُٓوا اَنَّهُمْ لَا یُؤْمِنُونَ

Zo werd het Woord van jouw Heer tegenover degenen die verdorven handelden bewaarheid. Voorwaar. zij geloven niet

Siregar

0:00
0:00