هُودٍ

Soera Hud, vers 108

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:108

وَاَمَّا الَّذٖینَ سُعِدُوا فَفِی الْجَنَّةِ خَالِدٖینَ فٖیهَا مَا دَامَتِ السَّمٰوَاتُ وَالْاَرْضُ اِلَّا مَا شَٓاءَ رَبُّكَؕ عَطَٓاءً غَیْرَ مَجْذُوذٍ

Waamma allatheena suAAidoo fafee aljannati khalideena feeha ma damati alssamawatu waalardu illa ma shaa rabbuka AAataan ghayra majthoothin

Vertalingen

En wat degenen betreft die gelukkig zijn, zij bevinden zich in het Paradijs, zij zijn daarin eeuwig levenden, zolang de hemelen en de aarde voortbestaan, tenzij jouw Heer anders wil, als een gift zonder onderbreking

Sofian S. Siregar

Zij die gelukzalig zijn, zij zullen in de tuin zijn. Altijd zullen zij daarin blijven zolang de hemelen en de aarde bestaan -- behalve als jouw Heer het anders wil -- als een ononderbroken gave

Fred Leemhuis