هُودٍ

Soera Hud, vers 109

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:109

فَلَا تَكُ فٖی مِرْیَةٍ مِمَّا یَعْبُدُ هٰٓؤُ𐻾لَٓاءِؕ مَا یَعْبُدُونَ اِلَّا كَمَا یَعْبُدُ اٰبَٓاؤُ𐻾هُمْ مِنْ قَبْلُؕ وَاِنَّا لَمُوَفُّوهُمْ نَصٖیبَهُمْ غَیْرَ مَنْقُوصٍࣖ

Fala taku fee miryatin mimma yaAAbudu haolai ma yaAAbudoona illa kama yaAAbudu abaohum min qablu wainna lamuwaffoohum naseebahum ghayra manqoosin

Vertalingen

Verkeer daarom niet in twijfel over wat deze mensen aanbidden, zij aanbidden slechts zoals hun vaderen voorheen aanbeden. En voorwaar, wij zullen hen zeker hun deel volledig vergelden, zonder vermindering

Sofian S. Siregar

Verkeer dus niet in twijfel over wat dezen dienen. Zij dienen slechts zoals hun vaderen vroeger dienden. Wij zullen hun volle aandeel onverkort aan hen vergoeden

Fred Leemhuis