هُودٍ

Soera Hud, vers 116

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:116

فَلَوْلَا كَانَ مِنَ الْقُرُونِ مِنْ قَبْلِكُمْ اُو𐻾لُوا بَقِیَّةٍ یَنْهَوْنَ عَنِ الْفَسَادِ فِی الْاَرْضِ اِلَّا قَلٖیلًا مِمَّنْ اَنْجَیْنَا مِنْهُمْۚ وَاتَّبَعَ الَّذٖینَ ظَلَمُوا مَٓا اُتْرِفُوا فٖیهِ وَكَانُوا مُجْرِمٖینَ

Falawla kana mina alqurooni min qablikum oloo baqiyyatin yanhawna AAani alfasadi fee alardi illa qaleelan mimman anjayna minhum waittabaAAa allatheena thalamoo ma otrifoo feehi wakanoo mujrimeena

Vertalingen

Waren er maar onder de generaties vóór jullie bezitters van inzicht geweest, die weerhielden van het verderf op aarde (maar deze waren niet), met uitzondering van enkelen van hen die Wij hebben gered. En degenen die onrecht pleegden, joegen de weelde na waarin zij leefden, eti zij waren misdadigers

Sofian S. Siregar

Als er onder de generaties van voor jullie tijd maar mensen met bezonnenheid waren geweest die verboden op de aarde verderf te brengen; er waren er slechts enkelen, die Wij redden. Zij die onrecht deden joegen het hun verleende luxeleven na en zij waren boosdoeners

Fred Leemhuis