هُودٍ

Soera Hud, vers 16

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:16

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ لَیْسَ لَهُمْ فِی الْاٰخِرَةِ اِلَّا النَّارُؗ وَحَبِطَ مَا صَنَعُوا فٖیهَا وَبَاطِلٌ مَا كَانُوا یَعْمَلُونَ

Olaika allatheena laysa lahum fee alakhirati illa alnnaru wahabita ma sanaAAoo feeha wabatilun ma kanoo yaAAmaloona

Vertalingen

Zij zijn degenen voor wie er in het lliernamaals niets dan de Hel is, en vruchteloos is wat zij daarin (op aarde) verrichtten. En wat zij plachten te doen is verloren gegaan

Sofian S. Siregar

Zij zijn het voor wie in het hiernamaals slechts het vuur is. Vruchteloos is wat zij erin gedaan hebben en wat zij deden wordt tenietgedaan

Fred Leemhuis