هُودٍ

Soera Hud, vers 23

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:23

اِنَّ الَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ وَاَخْبَتُٓوا اِلٰى رَبِّهِمْۙ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ الْجَنَّةِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ

Inna allatheena amanoo waAAamiloo alsalihati waakhbatoo ila rabbihim olaika ashabu aljannati hum feeha khalidoona

Vertalingen

Voorwaar, degenen die geloven en goede werken verrichten, en die zich verootmoodigen bij hun Heer: zij zijn degenen die de bewoners van het Paradijs zijn, zij zijn daarin eeuwig levenden

Sofian S. Siregar

Zij die geloven, de deugdelijke daden doen en nederig op hun Heer vertrouwen, zij zijn het die in de tuin thuishoren; zij zullen altijd daarin blijven

Fred Leemhuis