هُودٍ

Soera Hud, vers 69

Hoed (de Profeet) · Mekkaans · 123 verzen

11:69

وَلَقَدْ جَٓاءَتْ رُسُلُنَٓا اِبْرٰهٖیمَ بِالْبُشْرٰى قَالُوا سَلَامًاؕ قَالَ سَلَامٌۚ فَمَا لَبِثَ اَنْ جَٓاءَ بِعِجْلٍ حَنٖیذٍ

Walaqad jaat rusuluna ibraheema bialbushra qaloo salaman qala salamun fama labitha an jaa biAAijlin haneethin

Vertalingen

En voorzeker, Onze gezanten (Engelen) kwamen tot Ibrâhîm met de verheugende tijding, zij zeiden: "Salâm" (Vrede). "Hij zei: "Salâm." Niet lang daarna bracht hij een geroosterd kalf

Sofian S. Siregar

Ook waren Onze gezanten met het goede nieuws tot Ibrahiem gekomen. Zij zeiden: "Vrede!" Hij zei: "Vrede!" En het duurde niet lang of hij kwam met een geroosterd kalf

Fred Leemhuis