يُوسُفَ

Soera Yusuf, vers 66

Jozef · Mekkaans · 111 verzen

12:66

قَالَ لَنْ اُرْسِلَهُ مَعَكُمْ حَتّٰى تُؤْتُونِ مَوْثِقًا مِنَ اللّٰهِ لَتَاْتُنَّنٖی بِهٖٓ اِلَّٓا اَنْ یُحَاطَ بِكُمْۚ فَلَمَّٓا اٰتَوْهُ مَوْثِقَهُمْ قَالَ اللّٰهُ عَلٰى مَا نَقُولُ وَكٖیلٌ

Qala lan orsilahu maAAakum hatta tutooni mawthiqan mina Allahi latatunnanee bihi illa an yuhata bikum falamma atawhu mawthiqahum qala Allahu AAala ma naqoolu wakeelun

Vertalingen

Hij (Ya'q-ôeb) zei: "Ik zal hem nooit met jullie mee laten gaan, vóórdat jullie een belofte afleggen in de Naam van Allah: dat jullie hem zeker bij mij terug zullen brengen, behalve als jullie omsingeld worden." Toen zij hun beloften afgelegd hadden, zei hij: "Allah is Gelitige van wat wij gezegd hebben

Sofian S. Siregar

Hij zei: "Ik zal hem niet met jullie meesturen zolang jullie mij niet voor God een waarborg geven dat jullie hem weer naar mij brengen, behalve als jullie omkomen." Toen zij dan hun waarborg gegeven hadden zei hij: "God staat garant voor wat jullie zeggen

Fred Leemhuis