الرَّعْدِ

Soera Ar-Ra'd, vers 35

De Donder · Mekkaans · 43 verzen

13:35

مَثَلُ الْجَنَّةِ الَّتٖی وُعِدَ الْمُتَّقُونَؕ تَجْرٖی مِنْ تَحْتِهَا الْاَنْهَارُؕ اُكُلُهَا دَٓائِمٌ وَظِلُّهَاؕ تِلْكَ عُقْبَى الَّذٖینَ اتَّقَوْاࣗ وَعُقْبَى الْكَافِرٖینَ النَّارُ

Mathalu aljannati allatee wuAAida almuttaqoona tajree min tahtiha alanharu okuluha daimun wathilluha tilka AAuqba allatheena ittaqaw waAAuqba alkafireena alnnaru

Vertalingen

De beschrijving van het Paradijs dat aan de Moettaqôen beloofd is: er stromen rivieren onder door, de vruchten erin zijn onuitputtelijk en haar schaduw ook. Dat is de eindbestemming van degenen die (Allah) vrezen. En de eindbestemming van de ongelovigen is de Hel

Sofian S. Siregar

De tuin die de godvrezenden is toegezegd ziet er zo uit: Er stromen rivieren onderdoor en het voedsel en de schaduw ervan zijn duurzaam. Dat is de eindbestemming van hen die godvrezend zijn en de eindbestemming van de ongelovigen is het vuur

Fred Leemhuis