الرَّعْدِ

Soera Ar-Ra'd, vers 36

De Donder · Mekkaans · 43 verzen

13:36

وَالَّذٖینَ اٰتَیْنَاهُمُ الْكِتَابَ یَفْرَحُونَ بِمَٓا اُنْزِلَ اِلَیْكَ وَمِنَ الْاَحْزَابِ مَنْ یُنْكِرُ بَعْضَهُؕ قُلْ اِنَّمَٓا اُمِرْتُ اَنْ اَعْبُدَ اللّٰهَ وَلَٓا اُشْرِكَ بِهٖؕ اِلَیْهِ اَدْعُوا وَاِلَیْهِ مَاٰبِ

Waallatheena ataynahumu alkitaba yafrahoona bima onzila ilayka wamina alahzabi man yunkiru baAAdahu qul innama omirtu an aAAbuda Allaha wala oshrika bihi ilayhi adAAoo wailayhi maabi

Vertalingen

Degenen aan wie Wij de Schrift hebben gegeven, verheugden zich over wat aan jou (O Moehammad) is neergezonden. Onder de bondgenoten zijn er die een gedeelte ervan ontkennen. Zeg: "Het is mij bevolen om alleen Allah te aanbidden en ik ken Hem geen deelgenoten toe. Alleen Hem roep ik aan, en tot Hem is mijn terugkeer

Sofian S. Siregar

Zij aan wie Wij het boek gegeven hebben verheugen zich over wat naar jou is neergezonden. En onder de partijen zijn er die een deel ervan verwerpen. Zeg: "Mij is slechts bevolen God te dienen en aan Hem geen metgezellen toe te voegen. Tot Hem roep ik op en naar Hem is mijn terugkomst

Fred Leemhuis