14. Ibrahim

اِبْرٰه۪يمَ

وَاٰتٰیكُمْ مِنْ كُلِّ مَا سَاَلْتُمُوهُؕ وَاِنْ تَعُدُّوا نِعْمَتَ اللّٰهِ لَا تُحْصُوهَاؕ اِنَّ الْاِنْسَانَ لَظَلُومٌ كَفَّارٌࣖ

En Hij schonk jullie van alles wat jullie Hem vroegen. En als jullie de gunsten van Allah op willen sommen, dan kunnen jullie ze niet tellen. Voorwaar, de mensen zijn zeker onrechtvaardig, ondankbaar

Siregar

وَاِذْ قَالَ اِبْرٰهٖیمُ رَبِّ اجْعَلْ هٰذَا الْبَلَدَ اٰمِنًا وَاجْنُبْنٖی وَبَنِیَّ اَنْ نَعْبُدَ الْاَصْنَامَؕ

En toen Ibrâhîm zei: "Mijn Heer, maak deze stad veilig en houd mij en mijn zonen ervan af dat wij afgoden zouden aanbidden

Siregar

رَبِّ اِنَّهُنَّ اَضْلَلْنَ كَثٖیرًا مِنَ النَّاسِۚ فَمَنْ تَبِعَنٖی فَاِنَّهُ مِنّٖیۚ وَمَنْ عَصَانٖی فَاِنَّكَ غَفُورٌ رَحٖیمٌ

Mijn Heer, voorwaar, zij hebben vele mensen doen dwalen. Wie mij dan volgt: voorwaar, die behoort bij mij. En wie mij niet gehoorzaant: voorwaar, U bent Vergevensgezind, Meest Barmbartig

Siregar

رَبَّنَٓا اِنّٖٓی اَسْكَنْتُ مِنْ ذُرِّیَّتٖی بِوَادٍ غَیْرِ ذٖی زَرْعٍ عِنْدَ بَیْتِكَ الْمُحَرَّمِۙ رَبَّنَا لِیُقٖیمُوا الصَّلٰوةَ فَاجْعَلْ اَفْــِٔدَةً مِنَ النَّاسِ تَهْوٖٓی اِلَیْهِمْ وَارْزُقْهُمْ مِنَ الثَّمَرَاتِ لَعَلَّهُمْ یَشْكُرُونَ

Onze Heer! Voorwaar, ik heb mijn kinderen achtergelaten in een onbegroeide vallei bij Uw gewijde huis (de Ka'bah). Onze Heer! (ik tiet hen achter) zodat zij de shalât zullen onderhouden, laat daarom de harten van de mensen tot hen neigen, en voorzie hen van vruchten. Hopelijk zullen zij dankbaar zijn

Siregar

رَبَّنَٓا اِنَّكَ تَعْلَمُ مَا نُخْفٖی وَمَا نُعْلِنُؕ وَمَا یَخْفٰى عَلَى اللّٰهِ مِنْ شَیْءٍ فِی الْاَرْضِ وَلَا فِی السَّمَٓاءِ

Onze Heer! Voorwaar, U weet wat wij verbergen en wat wij openlijk doen en et is voor Allah niets verborgen op de aarde en niet in de hemel

Siregar

اَلْحَمْدُ لِلّٰهِ الَّذٖی وَهَبَ لٖی عَلَى الْكِبَرِ اِسْمٰعٖیلَ وَاِسْحٰقَؕ اِنَّ رَبّٖی لَسَمٖیعُ الدُّعَٓاءِ

Alle lof zij Allah, die mij Isma'îl en Ishaq geschonken heeft, ondanks mijn ouderdom. Voorwaar, mijn Heer verhoort zeker de smeekbeden

Siregar

رَبِّ اجْعَلْنٖی مُقٖیمَ الصَّلٰوةِ وَمِنْ ذُرِّیَّتٖیࣗ رَبَّنَا وَتَقَبَّلْ دُعَٓاءِ

Mijn Heer, mad mij en mijn nakomelingen onderhouders van de shalât. Onze Heer, verhoor mijn smeekbeden

Siregar

رَبَّنَا اغْفِرْ لٖی وَلِوَالِدَیَّ وَلِلْمُؤْمِنٖینَ یَوْمَ یَقُومُ الْحِسَابُࣖ

Mijn Heer, vergeef mij en mijn ouders en de gelovigen op de Dag waarop de afrekening plaats vindt

Siregar

وَلَا تَحْسَبَنَّ اللّٰهَ غَافِلًا عَمَّا یَعْمَلُ الظَّالِمُونَؕ اِنَّمَا یُؤَخِّرُهُمْ لِیَوْمٍ تَشْخَصُ فٖیهِ الْاَبْصَارُۙ

En denk niet (O Moehammad) dat Allah achteloos is tegenover wat de onrechtplegers doen. Voorwaar, Hij geeft hun uitstel tot de Dag waarop de ogen verstard openstaan

Siregar

0:00
0:00