الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 51

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:51

مَٓا اَشْهَدْتُهُمْ خَلْقَ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِ وَلَا خَلْقَ اَنْفُسِهِمْࣕ وَمَا كُنْتُ مُتَّخِذَ الْمُضِلّٖینَ عَضُدًا

Ma ashhadtuhum khalqa alssamawati waalardi wala khalqa anfusihim wama kuntu muttakhitha almudilleena AAadudan

Vertalingen

Ik roep hen niet op om te getuigen van de schepping van de hemelen en de aarde en niet van de schepping van henzelf, en Ik neem niet degenen die doen dwalen als helpers

Sofian S. Siregar

Ik liet hen niet getuige zijn van de schepping van de hemelen en de aarde en ook niet van de schepping van henzelf; Ik neem hen die tot dwaling brengen toch niet als steun

Fred Leemhuis