الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 52

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:52

وَیَوْمَ یَقُولُ نَادُوا شُرَكَٓاءِیَ الَّذٖینَ زَعَمْتُمْ فَدَعَوْهُمْ فَلَمْ یَسْتَجٖیبُوا لَهُمْ وَجَعَلْنَا بَیْنَهُمْ مَوْبِقًا

Wayawma yaqoolu nadoo shurakaiya allatheena zaAAamtum fadaAAawhum falam yastajeeboo lahum wajaAAalna baynahum mawbiqan

Vertalingen

En op de Dag waarop Hij zegt: "Roept de deelgenoten op waarvan jullie (het bestaan) vermoedden," zullen zij hen oproepen, maar zij zullen hen niet antwoorden en Wij zullen onder hen een (plaats van) verniettiging maken

Sofian S. Siregar

En op de dag dat Hij zegt: "Roept Mijn [zogenaamd goddelijke] metgezellen van wie jullie het bestaan beweerden." Dan roepen zij hen aan, maar zij geven hun geen gehoor. En Wij maken tussen hen een afgrond

Fred Leemhuis