الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 63

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:63

قَالَ اَرَاَیْتَ اِذْ اَوَیْنَٓا اِلَى الصَّخْرَةِ فَاِنّٖی نَسٖیتُ الْحُوتَؗ وَمَٓا اَنْسَانٖیهُ اِلَّا الشَّیْطَانُ اَنْ اَذْكُرَهُۚ وَاتَّخَذَ سَبٖیلَهُ فِی الْبَحْرِࣗ عَجَبًا

Qala araayta ith awayna ila alssakhrati fainnee naseetu alhoota wama ansaneehu illa alshshaytanu an athkurahu waittakhatha sabeelahu fee albahri AAajaban

Vertalingen

Hij (de gezel) zei: "Zag jij (wat er gebeurde) toen wij ons naar de rots begaven'? Voorwaar, toen vergat ik de vis, en ik ben hem niet vergelen te herinneren, behalve door de Satan. En bij zocht zijn weg in de zee op een verbazingwekkende manier

Sofian S. Siregar

Hij zei: "Heb je gezien? Toen wij ons naar de rots begaven vergat ik de vis. En niemand anders dan de satan heeft mij hem laten vergeten, zodat ik niet aan hem dacht en hij baande zich een weg de zee in op een verbazingwekkende manier

Fred Leemhuis