الْكَهْفِ

Soera Al-Kahf, vers 94

De Grot · Mekkaans · 110 verzen

18:94

قَالُوا یَا ذَا الْقَرْنَیْنِ اِنَّ یَاْجُوجَ وَمَاْجُوجَ مُفْسِدُونَ فِی الْاَرْضِ فَهَلْ نَجْعَلُ لَكَ خَرْجًا عَلٰٓى اَنْ تَجْعَلَ بَیْنَنَا وَبَیْنَهُمْ سَدًّا

Qaloo ya tha alqarnayni inna yajooja wamajooja mufsidoona fee alardi fahal najAAalu laka kharjan AAala an tajAAala baynana wabaynahum saddan

Vertalingen

Zij zeiden: "O Dzôelqarnain, (de volken van) Ya'djôedj en Ma'djôedj zijn verderfzaaiers op aarde. Zullen wij jou een vergoeding geven opdat jij tussen ons en hen een afscheiding maakt

Sofian S. Siregar

Zij zeiden: "Jij met de twee horens, Jadjoedj en Madjoedj brengen verderf op de aarde. Zullen wij jou er dan een vergoeding voor toekennen dat jij tussen ons en hen een barrière maakt

Fred Leemhuis