Mushafim

18. Al-Kahf

الْكَهْفِ

وَكَذٰلِكَ اَعْثَرْنَا عَلَیْهِمْ لِیَعْلَمُٓوا اَنَّ وَعْدَ اللّٰهِ حَقٌّ وَاَنَّ السَّاعَةَ لَا رَیْبَ فٖیهَاۚ اِذْ یَتَنَازَعُونَ بَیْنَهُمْ اَمْرَهُمْ فَقَالُوا ابْنُوا عَلَیْهِمْ بُنْیَانًاؕ رَبُّهُمْ اَعْلَمُ بِهِمْؕ قَالَ الَّذٖینَ غَلَبُوا عَلٰٓى اَمْرِهِمْ لَنَتَّخِذَنَّ عَلَیْهِمْ مَسْجِدًا

Zo brachten Wij hen de hoogte, opdat zij weten dat de belofte van Allah Waarheid is en dat er gen twijfel aan het Uur is. Toen zij (de mensen in de stad) over hun geval twistten, zeiden zij: "Bouwt een gebouw over hen heen (als amdenken)." Hun Heer weet beter over hen. Degenen die de overhand kregen over hun geval, zeiden. "Wij zullen zeker over hen een gebedsruimte maken

Siregar

سَیَقُولُونَ ثَلٰثَةٌ رَابِعُهُمْ كَلْبُهُمْۚ وَیَقُولُونَ خَمْسَةٌ سَادِسُهُمْ كَلْبُهُمْ رَجْمًا بِالْغَیْبِۚ وَیَقُولُونَ سَبْعَةٌ وَثَامِنُهُمْ كَلْبُهُمْؕ قُلْ رَبّٖٓی اَعْلَمُ بِعِدَّتِهِمْ مَا یَعْلَمُهُمْ اِلَّا قَلٖیلٌࣞ فَلَا تُمَارِ فٖیهِمْ اِلَّا مِرَٓاءً ظَاهِرًاࣕ وَلَا تَسْتَفْتِ فٖیهِمْ مِنْهُمْ اَحَدًاࣖ

Zij zeggen: "(Zij waren met) drie, hun vierde was hun hond," en zij zeggen, "Vijf, hun zesde was hun hond," radend naar het onbekende. En zij zeggen: "Zeven, hun achtste was hun bond." Zeg: "Mijn Heer kent hun aantal beter, zij kennen het niet, behalve weinigen." Redetwist daarom niet over hen, behalve (met) een duidelijk twistgesprek. En ondervraagt niet één van hen over hen

Siregar

وَلَا تَقُولَنَّ لِشَایْءٍ اِنّٖی فَاعِلٌ ذٰلِكَ غَدًاۙ

En zeg zeker nooit over iets: "Voorwaar, dat zal ik morgen doen

Siregar

اِلَّٓا اَنْ یَشَٓاءَ اللّٰهُؗ وَاذْكُرْ رَبَّكَ اِذَا نَسٖیتَ وَقُلْ عَسٰٓى اَنْ یَهْدِیَنِ رَبّٖی لِاَقْرَبَ مِنْ هٰذَا رَشَدًا

(Zeg) slechts: "Indien Allah het wenst" en herinner je jouw Heer indien jij, vergeet, en zeg: "Hopelijk zal mijn Heer mij leiden naar wat dichterbij is van deze Leiding

Siregar

وَلَبِثُوا فٖی كَـهْفِهِمْ ثَلٰثَ مِائَةٍ سِنٖینَ وَازْدَادُوا تِسْعًا

En zij verbleven driehonderd jaar in hun grok en vermeerderd met negen

Siregar

قُلِ اللّٰهُ اَعْلَمُ بِمَا لَبِثُواۚ لَهُ غَیْبُ السَّمٰوَاتِ وَالْاَرْضِؕ اَبْصِرْ بِهٖ وَاَسْمِـعْؕ مَا لَهُمْ مِنْ دُونِهٖ مِنْ وَلِیٍّؗ وَلَا یُشْرِكُ فٖی حُكْمِهٖٓ اَحَدًا

Zeg (O Moehammad): "Allah weet beter hoelang zij er verbleven, aan Hem behoort het verborgene van de hemelen en de aarde, Hij ziet het beter en Hij hoort het beter. Er is voor hen naast Hem beschermer en Hij laat niet één deelgenoot in Zijn oordeel toe

Siregar

وَاتْلُ مَٓا اُو𐻿حِیَ اِلَیْكَ مِنْ كِتَابِ رَبِّكَۚ لَا مُبَدِّلَ لِكَلِمَاتِهٖ وَلَنْ تَجِدَ مِنْ دُونِهٖ مُلْتَحَدًا

En draag voor van wat aan jou geopenbaard is van het Boek van jouw Heer. Niemand kan Zijn Woorden veranderen en jij zult naast Hem nooit een schuilplaats vinden

Siregar

0:00
0:00