الْاَنْبِيَاءِ

Soera Al-Anbya, vers 3

De Profeten · Mekkaans · 112 verzen

21:3

لَاهِیَةً قُلُوبُهُمْؕ وَاَسَرُّوا النَّجْوٰىࣗ اَلَّذٖینَ ظَلَمُواࣗ هَلْ هٰذَٓا اِلَّا بَشَرٌ مِثْلُكُمْۚ اَفَتَاْتُونَ السِّحْرَ وَاَنْتُمْ تُبْصِرُونَ

Lahiyatan quloobuhum waasarroo alnnajwa allatheena thalamoo hal hatha illa basharun mithlukum afatatoona alssihra waantum tubsiroona

Vertalingen

Achteloos zijn hun harken. En degenen die onrechtvaardig zijn verbergen (hun onrecht) in heimelijk overleg (en zeggen:) "Deze (Boodschapper) is niet anders dan een mens zoals jullie." Nemen jullie dan tovenarij aan, terwijl jullie het doorzien

Sofian S. Siregar

en terwijl hun harten verstrooiing zoeken. En zij die onrecht plegen zeggen in hun vertrouwelijke gesprekken: "Is deze iets anders dan een mens, zoals jullie? Zullen jullie je dan met toverij inlaten hoewel jullie het doorzien

Fred Leemhuis