Mushafim

21. Al-Anbya

الْاَنْبِيَاءِ

وَجَعَلْنَاهُمْ اَئِمَّةً یَهْدُونَ بِاَمْرِنَا وَاَوْحَیْنَٓا اِلَیْهِمْ فِعْلَ الْخَیْرَاتِ وَاِقَامَ الصَّلٰوةِ وَاٖیتَٓاءَ الزَّكٰوةِۚ وَكَانُوا لَنَا عَابِدٖینَۙ

En Wij maakten hen tot leiders, die leiding gaven volgens Ons bevel. En Wij openbaarden aan hen goede daden te verrichten en de shalât te onderhouden en de zakât te geven. En zij waren aanbidders van Ons

Siregar

وَلُوطًا اٰتَیْنَاهُ حُكْمًا وَعِلْمًا وَنَجَّیْنَاهُ مِنَ الْقَرْیَةِ الَّتٖی كَانَتْ تَعْمَلُ الْخَبَٓائِثَؕ اِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمَ سَوْءٍ فَاسِقٖینَۙ

En aan Lôeth schonken Wij wijsheid en kennis en Wij redden hem uit de stad waarvan (de bevolking) vuiligheid placht te bedrijven. Voorwaar, zij waren een slecht volk, zwaar zondigen

Siregar

وَاَدْخَلْنَاهُ فٖی رَحْمَتِنَاؕ اِنَّهُ مِنَ الصَّالِحٖینَࣖ

En Wij deden hem in Onze Barmhartigheid binnengaan: voorwaar, hij behoorde tot de oprechten

Siregar

وَنُوحًا اِذْ نَادٰى مِنْ قَبْلُ فَاسْتَجَبْنَا لَهُ فَنَجَّیْنَاهُ وَاَهْلَهُ مِنَ الْكَرْبِ الْعَظٖیمِۚ

En (gedenkt) Nôeh, toen bij Ons vroeger aanriep en Wij hem daarop verhoorden: Wij redden hem en zijn familie van een geweldige ramp

Siregar

وَنَصَرْنَاهُ مِنَ الْقَوْمِ الَّذٖینَ كَذَّبُوا بِاٰیَاتِنَاؕ اِنَّهُمْ كَانُوا قَوْمَ سَوْءٍ فَاَغْرَقْنَاهُمْ اَجْمَعٖینَ

En Wij hielpen hem tegen het volk dat Onze Tekorten loochende. Voorwaar, zij waren een slecht volk. Toen deden Wij hen allen verdrinken

Siregar

وَدَاوُ𐻿دَ وَسُلَیْمٰنَ اِذْ یَحْكُمَانِ فِی الْحَرْثِ اِذْ نَفَشَتْ فٖیهِ غَنَمُ الْقَوْمِۚ وَكُنَّا لِحُكْمِهِمْ شَاهِدٖینَۙ

En (gedenkt) Dâwôcd en Soelaimân toen zij een oordeel gaven over het akkerland, waarop de schapen van het volk grazend rondgelopen hadden. En Wij waren getuigen van hun oordeel

Siregar

فَفَهَّمْنَاهَا سُلَیْمٰنَۚ وَكُلًّا اٰتَیْنَا حُكْمًا وَعِلْمًاؗ وَسَخَّرْنَا مَعَ دَاوُ𐻿دَ الْجِبَالَ یُسَبِّحْنَ وَالطَّیْرَؕ وَكُنَّا فَاعِلٖینَ

En Wij deden Soelaimân (de zaak) begrijpen. En aan ieder van hen gaven Wij wijsheid en kennis. En Wij maakten Dâwôcd met de bergen en de vogels dienstbaar om (Allah's) Glorie te prijzen, Eii Wij waren het Die dat deden

Siregar

وَعَلَّمْنَاهُ صَنْعَةَ لَبُوسٍ لَكُمْ لِتُحْصِنَكُمْ مِنْ بَاْسِكُمْۚ فَهَلْ اَنْتُمْ شَاكِرُونَ

En Wij leerden hem kleding (maliënkolders) te maken om jullie te beschermen in jullie oorlog. Zullen jullie dan dankbaren zijn

Siregar

وَلِسُلَیْمٰنَ الرّٖیحَ عَاصِفَةً تَجْرٖی بِاَمْرِهٖٓ اِلَى الْاَرْضِ الَّتٖی بَارَكْنَا فٖیهَاؕ وَكُنَّا بِكُلِّ شَیْءٍ عَالِمٖینَ

En aait Soelaimin (onderwierpen Wij) de stormachtige wind, die met Zijn verlof naar het land bewoog dat Wij gezegend hadden. En Wij zijn Alwetend over alle zaken

Siregar

0:00
0:00