النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 34

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:34

قَالَتْ اِنَّ الْمُلُوكَ اِذَا دَخَلُوا قَرْیَةً اَفْسَدُوهَا وَجَعَلُٓوا اَعِزَّةَ اَهْلِهَٓا اَذِلَّةًۚ وَكَذٰلِكَ یَفْعَلُونَ

Qalat inna almulooka itha dakhaloo qaryatan afsadooha wajaAAaloo aAAizzata ahliha athillatan wakathalika yafAAaloona

Vertalingen

Zei zij: "Voorwaar, wanneer de koningen een stad binnengingen, zaaiden zij daar verderf en maakten zij de edelen onder haar inwoners tot vernederden; en zo handelen zij

Sofian S. Siregar

Zij zei: "Wanneer koningen een stad binnentrekken brengen zij haar tot verderf en maken de machtigen onder haar mensen tot onderworpelingen. Zo doen zij

Fred Leemhuis