النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 61

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:61

اَمَّنْ جَعَلَ الْاَرْضَ قَرَارًا وَجَعَلَ خِلَالَهَٓا اَنْهَارًا وَجَعَلَ لَهَا رَوَاسِیَ وَجَعَلَ بَیْنَ الْبَحْرَیْنِ حَاجِزًاؕ ءَاِلٰهٌ مَعَ اللّٰهِؕ بَلْ اَكْثَرُهُمْ لَا یَعْلَمُونَؕ

Amman jaAAala alarda qararan wajaAAala khilalaha anharan wajaAAala laha rawasiya wajaAAala bayna albahrayni hajizan ailahun maAAa Allahi bal aktharuhum la yaAAlamoona

Vertalingen

Of wie heeft de aarde als een verblijfplaats gemaakt en daardoor rivieren getrokken en daarop stevige bergen geplaatst en een scheiding tussen de twee zeeën gemaakt? Is er een god naast Allah? Maar de meesten van hen weten het niet

Sofian S. Siregar

Of wie heeft de aarde tot een vaste grond gemaakt, er rivieren doorheen gemaakt, stevige bergen voor haar gemaakt en tussen beide zeeën een versperring gemaakt? Is er naast God nog een god? Welnee, de meesten van hen weten het niet

Fred Leemhuis