النَّمْلِ

Soera An-Naml, vers 62

De Mieren · Mekkaans · 93 verzen

27:62

اَمَّنْ یُجٖیبُ الْمُضْطَرَّ اِذَا دَعَاهُ وَیَكْشِفُ السُّٓوءَ وَیَجْعَلُكُمْ خُلَفَٓاءَ الْاَرْضِؕ ءَاِلٰهٌ مَعَ اللّٰهِؕ قَلٖیلًا مَا تَذَكَّرُونَؕ

Amman yujeebu almudtarra itha daAAahu wayakshifu alssooa wayajAAalukum khulafaa alardi ailahun maAAa Allahi qaleelan ma tathakkaroona

Vertalingen

Of wie heeft de in nood verkerende verhoord, wanneer hij Hem aanroept, en het onheil van hem weggenomen en jullie gevolmachtigden gemaakt op de aarde? Is er een god naast Allah? En weinig is het dat jullie je laten vermanen

Sofian S. Siregar

Of wie verhoort de in nood gezetene, als hij tot Hem bidt en neemt het kwade weg en maakt jullie tot opvolgers op de aarde. Is er naast God nog een god? Hoe weinig laten jullie je vermanen

Fred Leemhuis