اَوَلَا یَعْلَمُونَ اَنَّ اللّٰهَ یَعْلَمُ مَا یُسِرُّونَ وَمَا یُعْلِنُونَ
En weten zij niet dat Allah weet wat zij verbergen en wat zij openlijk doen
Siregar
الْبَقَرَةِ
اَوَلَا یَعْلَمُونَ اَنَّ اللّٰهَ یَعْلَمُ مَا یُسِرُّونَ وَمَا یُعْلِنُونَ
En weten zij niet dat Allah weet wat zij verbergen en wat zij openlijk doen
Siregar
وَمِنْهُمْ اُمِّیُّونَ لَا یَعْلَمُونَ الْكِتَابَ اِلَّٓا اَمَانِیَّ وَاِنْ هُمْ اِلَّا یَظُنُّونَ
En er zijn ongeletterden onder hen die de Shcrift (de Taurât) niet kennen, behalve door kletspraat en zij vermoeden slechts
Siregar
فَوَیْلٌ لِلَّذٖینَ یَكْتُبُونَ الْكِتَابَ بِاَیْدٖیهِمْ ثُمَّ یَقُولُونَ هٰذَا مِنْ عِنْدِ اللّٰهِ لِیَشْتَرُوا بِهٖ ثَمَنًا قَلٖیلًاؕ فَوَیْلٌ لَهُمْ مِمَّا كَتَبَتْ اَیْدٖیهِمْ وَوَیْلٌ لَهُمْ مِمَّا یَكْسِبُونَ
Wee dan degenen die de Schrift met hun eigen handen schrijven en vervolgens zeggen: "Dit komt van Allah." Om het te verruilen voor iets van geringe waarde. Wee dan hen vanwege wat hun handen geschreven hebben en wee hen vanwege wat zij verrichtten
Siregar
وَقَالُوا لَنْ تَمَسَّنَا النَّارُ اِلَّٓا اَیَّامًا مَعْدُودَةًؕ قُلْ اَتَّخَذْتُمْ عِنْدَ اللّٰهِ عَهْدًا فَلَنْ یُخْلِفَ اللّٰهُ عَهْدَهُٓ اَمْ تَقُولُونَ عَلَى اللّٰهِ مَا لَا تَعْلَمُونَ
En zij zeiden: "De Hel zal ons niet aankraken, behalve een beperkt aantal dagen," Zeg (O Moehammad): "Hebben jullie een belofte van Allah ontvangen? Dan zal Allah Zijn belofte niet verbreken. Of zeggen jullie over Allah iets wat jullie niet weten
Siregar
بَلٰى مَنْ كَسَبَ سَیِّئَةً وَاَحَاطَتْ بِهٖ خَطٖٓیـَٔتُهُ فَاُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ النَّارِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَ
Welzeker, degenen die slechte daden verrichten, en door hun zonden omsloten zijn, diegenen dan, zijn de bewoners van de Hel. Zij zijn daarin eeuwig levenden
Siregar
وَالَّذٖینَ اٰمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ اُو𐻾لٰٓئِكَ اَصْحَابُ الْجَنَّةِۚ هُمْ فٖیهَا خَالِدُونَࣖ
Maar degenen die geloven en goede werken verrichten, zij zijn degenen die de bewoners van het Paradijs zijn. Zij zijn daarin eeuwig levenden
Siregar
وَاِذْ اَخَذْنَا مٖیثَاقَ بَنٖٓی اِسْرَٓایٖٔلَ لَا تَعْبُدُونَ اِلَّا اللّٰهَ وَبِالْوَالِدَیْنِ اِحْسَانًا وَذِی الْقُرْبٰى وَالْیَتَامٰى وَالْمَسَاكٖینِ وَقُولُوا لِلنَّاسِ حُسْنًا وَاَقٖیمُوا الصَّلٰوةَ وَاٰتُوا الزَّكٰوةَؕ ثُمَّ تَوَلَّیْتُمْ اِلَّا قَلٖیلًا مِنْكُمْ وَاَنْتُمْ مُعْرِضُونَ
En (gedenkt) toen Wij het verbond van de Kinderen van Israël aanvardden (zeggent): "Aanbidt niets dan Allah, en betracht goedheid jegens de ouders, en de verwand, en de wees, en de behoeftige, en spreekt het goede tot de mensen en onderhoudt de shalât en geeft de zakât." Vervolgens ontrokken jullie je er aan, behalve een klein aantal van jullie, terwijl jullie je afwendden
Siregar