2. Al-Baqarah

الْبَقَرَةِ

اِنَّ الَّذٖینَ كَفَرُوا سَوَٓاءٌ عَلَیْهِمْ ءَاَنْذَرْتَهُمْ اَمْ لَمْ تُنْذِرْهُمْ لَا یُؤْمِنُونَ

Voorwaar, voor degenen die niet geloven, maakt het geen verschil of jij hen waarschuwt of dat jij hen niet waarschuwt: zij zullen niet geloven

Siregar

خَتَمَ اللّٰهُ عَلٰى قُلُوبِهِمْ وَعَلٰى سَمْعِهِمْؕ وَعَلٰٓى اَبْصَارِهِمْ غِشَاوَةٌؗ وَلَهُمْ عَذَابٌ عَظٖیمٌࣖ

Allah heeft hun harten en hun gehoor verzegeld en over hun ogen ligt een bedekking en voor hen is er een geweldige bestraffing

Siregar

وَمِنَ النَّاسِ مَنْ یَقُولُ اٰمَنَّا بِاللّٰهِ وَبِالْیَوْمِ الْاٰخِرِ وَمَا هُمْ بِمُؤْمِنٖینَۘ

En er zijn er onder de mensen die zeggen: "Wij geloven in Allah en in de Laatste Dag," terwijl zij geen gelovigen zijn

Siregar

یُخَادِعُونَ اللّٰهَ وَالَّذٖینَ اٰمَنُواۚ وَمَا یَخْدَعُونَ اِلَّٓا اَنْفُسَهُمْ وَمَا یَشْعُرُونَؕ

Zij trachten Allah en degenen die geloven te bedriegen, maar zij bedriegen niemand dan zichzelf, terwijl zij het niet beseffen

Siregar

فٖی قُلُوبِهِمْ مَرَضٌۙ فَزَادَهُمُ اللّٰهُ مَرَضًاۚ وَلَهُمْ عَذَابٌ اَلٖیمٌۙ بِمَا كَانُوا یَكْذِبُونَ

In hun hart is een ziekte (twijfel en huichelarij) en Allah heeft deze ziekte doen verergeren, en voor hen is er een pijnlijke bestratting vanwege wat zij plachten te loochenen

Siregar

وَاِذَا قٖیلَ لَهُمْ لَا تُفْسِدُوا فِی الْاَرْضِۙ قَالُٓوا اِنَّمَا نَحْنُ مُصْلِحُونَ

En als er tot hen wordt gezegd: "Zaait geen verderf op aarde," dan zeggen zij: "Voorwaar, wij zijn slechts verbeteraars." (van de juiste normen en waarden)

Siregar

اَلَٓا اِنَّهُمْ هُمُ الْمُفْسِدُونَ وَلٰكِنْ لَا یَشْعُرُونَ

Weet: voorwaar, zij zijn de verderfzaaiers, maar zij beseffen liet niet

Siregar

وَاِذَا قٖیلَ لَهُمْ اٰمِنُوا كَمَٓا اٰمَنَ النَّاسُ قَالُٓوا اَنُؤْمِنُ كَمَٓا اٰمَنَ السُّفَهَٓاءُؕ اَلَٓا اِنَّهُمْ هُمُ السُّفَهَٓاءُ وَلٰكِنْ لَا یَعْلَمُونَ

En als er tot hen wordt gezegd: "Gelooft zoals de mensen gcloven," dan zeggen zij: "Zullen wij geloven zoals dc dwazen geloven?" Voorwaar, zij zkin dc dwazen, maar zij weten het niet

Siregar

وَاِذَا لَقُوا الَّذٖینَ اٰمَنُوا قَالُٓوا اٰمَنَّاۚ وَاِذَا خَلَوْا اِلٰى شَیَاطٖینِهِمْۙ قَالُٓوا اِنَّا مَعَكُمْۙ اِنَّمَا نَحْنُ مُسْتَهْزِؤُ𐻿نَ

En als zij degenen die geloven ontmoeten, dan zeggen zij: "Wij geloven." Maar wanneer zij terugkeren naar hun Satans (die hun leiders zijn) dan zeggen zij: "Voorwaar, wij staan aan jullie kant. Voorwaar, wij zijn slechts spotters

Siregar

اَللّٰهُ یَسْتَهْزِئُ بِهِمْ وَیَمُدُّهُمْ فٖی طُغْیَانِهِمْ یَعْمَهُونَ

Allah spot met hen en laat ben rusteloos in hun overtredingen verkeren

Siregar

اُو𐻾لٰٓئِكَ الَّذٖینَ اشْتَرَوُا الضَّلَالَةَ بِالْهُدٰىࣕ فَمَا رَبِحَتْ تِجَارَتُهُمْ وَمَا كَانُوا مُهْتَدٖینَ

Zij zijn degenen die de Leiding voor de dwaling hebben verruild, daarom levert hun handel geen winst op, en zij zijn geen rechtgeleidenen

Siregar

0:00
0:00